25-03-2026

WAT BEN IK IN EEN AA-MEETING VOOR WERKENDEN?

WAT BEN IK IN EEN AA-MEETING VOOR WERKENDEN?

Samen met mijn collega Ronald Schepers geef ik mediatrainingen aan lectoren en onderzoekers van Hogeschool Leiden. Ronald in de rol van een Sven Kockelman, ik in de rol die ik meestal heb: die van schrijver. Maar wat voor schrijver ben ik nou?

Doel van de mediatraining die we geven, is lectoren en onderzoekers voor te bereiden op gesprekken met de media: schrijvende pers, radio en tv. Deze media staan erom bekend dat ze ofwel heel kritisch zijn en er niet voor terugdeinzen de poten onder iemands stoel vandaan te zagen, ofwel zo vluchtig dat de nuance volledig verloren gaat. Op beide omstandigheden bereiden we onderzoekers voor door enerzijds te oefenen met het kritische gesprek en anderzijds hen te helpen tot een heldere kernboodschap te komen.

Zweet en vuur

In de training nemen de onderzoekers niet zelden met zweet in de handen plaats in het toneelstuk met ‘Sven’. Hij legt ze het vuur na aan de schenen. Daarna voel ik me vaak geroepen te zeggen dat niet alle journalisten zo zijn, dat er ook ‘meewerkende journalisten’ bestaan. Zo zie ik mezelf tenminste. Vaak genoeg schrijf ik voor ZonMw artikelen over resultaten uit wetenschappelijk onderzoek. Ik zie het als mijn taak de onderzoeker zoveel mogelijk te helpen bij het helder neerzetten van die resultaten.

Ben je wel journalist?

Met mij zijn er vele anderen die op deze manier schrijven. Maar ben je dan wel journalist? Belangrijke taken van de journalist zijn vrije nieuwsgaring en kritische controle van de gepresenteerde feiten. Wat ik doe is geen vrije nieuwsgaring, ik schrijf in opdracht van een organisatie. Doel van wat ik ophaal staat vooraf vast. En ik ben niet van de kritiek à la Sven, maar van het meedenken. Wat ben ik dan helemaal?

Tekstschrijver, wordt wel gezegd. Sinds een taalgevoelige vriendin daar de giechels van kreeg (‘Wat moet je anders schrijven dan tekst?’), gebruik ik die term niet meer. Maar wat dan? Redacteur, verslaggever, interviewer, voorlichter, bedrijfsjournalist, communicatieadviseur? Die titels passen me niet.

Kortweg schrijver

Op een gegeven moment ben ik mezelf maar kortweg schrijver gaan noemen. Maar dan wordt negen van de tien keer gevraagd: O, schrijf je boeken? Nee, ik ben geen auteur. Ik weet het: ik ben niet wat ik doe. Alsnog zou ik graag willen zeggen, als in een AA-meeting voor werkenden: Ik ben Astrid en ik ben …. 

Schrijver in opdracht is nog het meest accuraat. Schrijver i.o. Maar wordt i.o. niet vooral gebruikt voor ‘in oprichting’? Nu ik erover nadenk: misschien is dat precies goed. Schrijver in oprichting. Er is altijd wat te leren.